EU-arbeidsrecht: Grote werkgever, houd vooral Brussel in de gaten

Met een reeks recente richtlijnvoorstellen krijgt het Europees sociaal beleid voortvarend vorm. Gaan Nederlandse werkgevers meer van Brussel merken?

Door Joost van Ladesteijn

Op 7 juni 2022 hebben het Europees Parlement en de EU-lidstaten principeakkoorden bereikt over het richtlijnvoorstel Women on Company Boards en het richtlijnvoorstel minimumlonen in de EU.

Rond het Nederlandse sociaal beleid is het vooral (af)wachten

Het eerste voorstel beoogt evenwichtigheid tussen vrouwen en mannen in besluitvorming op de hoogste bestuursniveaus te bevorderen. Het regelt voor alle beursgenoteerde bedrijven in Europa een quotum ten aanzien van het ondervertegenwoordigde geslacht van 40% in de RVC of 33% in de RVC én de RVB.

Het richtlijnvoorstel minimumlonen in de EU heeft tot doel te waarborgen dat minimumlonen worden vastgesteld die van een toereikend niveau zijn en dat werknemers een fatsoenlijke levensstandaard kunnen genieten.

Werknemers moeten bescherming door een minimumloon genieten, in de vorm van een statutair minimumloon of lonen die via collectieve overeenkomsten worden vastgesteld. Het voorstel verplicht de lidstaten niet om wettelijke minimumlonen in te voeren en stelt evenmin het niveau van minimumlonen vast. Het moedigt collectieve loononderhandelingen aan.

Europees sociaal beleid

Met eerder het richtlijnvoorstel regulering platformarbeid, de Klokkenluidersrichtlijn en de Richtlijn voorspelbare en transparante arbeidsvoorwaarden krijgt het Europees sociaal beleid voortvarend nader vorm.

Dat kan niet in gelijke mate worden gezegd van het Nederlandse sociale beleid. Daar is het vooral (af)wachten. Zo komt er voorlopig geen wettelijk rouwverlof. Er is nader onderzoek vereist over de wenselijkheid ervan bij onvoldoende duidelijkheid over de vorm, toepasbaarheid, financiering en invulling.

De verantwoordelijke minister zal in samenwerking met de sociale partners de verdere inventarisatie na de zomer opstarten. Hierbij zal ook worden nagedacht over een vereenvoudiging van het verlofstelsel en de mogelijke invoering van een ‘breed maatschappelijk verlof’, zoals de SER eerder adviseerde.

Werken waar je wilt

Per brief van 20 juni 2022 laat minister Van Gennip weten het aangepaste wetsvoorstel Werken waar je wilt als suggestie te betrekken bij het formuleren van het kabinetstandpunt over het initiatiefwetsvoorstel. Het aangepaste wetsvoorstel sluit aan bij het SER-advies hierover: de werkgever dient een verzoek om de arbeidsplaats te wijzigen beoordelen naar de maatstaven van de redelijkheid en billijkheid.

Aanstaande vrijdag worden een hoofdlijnenbrief van de verantwoordelijk minister verwacht over de arbeidsmarkt. Het handhavingsmoratorium van de Belastingdienst ten aanzien van de Wet DBA is inmiddels meer dan 6 jaar van kracht.

De implementatie van de Klokkenluidersrichtlijn heeft vertraging opgelopen. Voor het zomerreces wordt een nota van wijziging verwacht met een aangepaste definitie van misstand, alsmede vermelding in de wet van benadelingshandelingen en de preventietaak voor het Huis van Klokkenluiders.

Aanbevelingen van de Europese Unie maken steeds vaker plaats voor richtlijnen als instrument

Omvattend Europees sociaal beleid

Met de Brexit, en dus het uitreden van de steevast meer conservatieve regeringen van het Verenigd Koninkrijk ten aanzien van (de ontwikkeling van) een omvattend Europees sociaal beleid, is het wachten op ver(der)gaande Europese coördinatie door middel van nieuwe richtlijnen, waarbij onderwerpen als arbeidsomstandigheden, gelijke behandeling, insolventie, overgang van onderneming, collectief ontslag, ouderschapsverlof en medezeggenschap reeds in grote mate zijn geregeld.

Op basis van het subsidiariteitsbeginsel dienen besluiten zo dicht mogelijk bij de burger worden genomen. Een besluit mag alleen op Europees niveau genomen worden, als dat niet goed op landelijk, provinciaal of gemeentelijk niveau kan gebeuren. Het subsidiariteitsbeginsel wordt zichtbaar vrijer ingevuld vanuit Europa.

Daarnaast maken aanbevelingen (als niet-bindende besluiten waarmee de Europese Unie iets wil bereiken zonder dat zij verplichtingen oplegt) vaker plaats voor richtlijnen als instrument. De (vier) vrijheden van de EU raken met het ontstaan van een verdere gemeenschap verdergaand gebonden.

Zeker de grotere werkgevers dienen daarom voorbereid te zijn

Richtlijnen ontzien met hun minimumvoorschriften in de regel kleine en middelgrote ondernemingen. Zeker de grotere werkgevers dienen daarom op het vorenstaande voorbereid te zijn. Europese richtlijnen gaan steevast gepaard met onder andere informatie-, consultatie en rapportageverplichtingen. De verwachting is daarom reëel dat de rol van sociale partners toeneemt, ook al daalt gestaag hun ledenaantal in Nederland verder.

Daarnaast zullen zaken als digitalisering en communicatie nog belangrijker worden, zoals we ook eerder zagen ten aanzien van de handhavingsrichtlijn en de hervormingsrichtlijn op het vlak van internationale uitzendingen. Meer administratieve ballast dus ook, maar tevens de kans dit centraal op te pakken door één team met een integrale multi-jurisdictionele en multidisciplinaire benadering. Dit kan op een competitief onderscheidende wijze worden ingevuld om zo ook talent te behouden en aan te trekken.

Zo zal de toon in de nabije toekomst in toenemende mate door Brussel worden gezet.

Een gezonde bedrijfscultuur is woorden én daden

Joost van Ladesteijn is partner en advocaat bij Vertex Legal B.V., een boetiekkantoor in juridisch, cultureel en strategisch managementadvies.