Wiardi Beckman Stichting: behandel thuis- en locatiewerkers gelijk

Hybride werken dreigt te leiden tot een nieuwe vorm van ongelijke behandeling tussen werknemers die wel en niet thuiswerken. Hoe kan dit het beste worden vermeden? Daarover heeft Klara Boonstra, directeur van de Wiardi Beckman Stichting (het wetenschappelijk bureau van de PvdA) een artikel geschreven.

De impact van covid-thuiswerkbeleid is voor verschillende groepen werkenden totaal ongelijk geweest. Waar in het begin van de pandemie in 2020 nog wel eens te horen viel dat het om een ‘great equalizer’ ging, zijn we van de koude kermis thuisgekomen. Onderzoek toont namelijk dat het precies andersom is; de pandemie heeft de ongelijkheid tussen bepaalde groepen werkenden vergroot, of te wel de ongelijkheidskloof verdiept.

Teleworking-index

Internationaal onderzoek van het Internationaal Monetair Fonds dat 35 landen bestrijkt concludeert dat werkenden die geen anderhalve meter afstand konden houden het zwaarst geraakt werden door de pandemie. Dat zijn groepen werknemers die laag scoren op wat het onderzoek de ‘teleworking-index’ noemt, zij zijn vaak economisch kwetsbaar en hebben een lage baanzekerheid. Ze zijn jong, hebben relatief kort onderwijs gevolgd, hebben vaak onzekere contracten en zitten aan de onderkant van de loonschalen. Vrouwen zijn oververtegenwoordigd en veel van deze kenmerken vloeien samen in de meest getroffen beroepen en sectoren.

Bepaalde groepen medewerkers krijgen meer vertrouwen en in het verlengde daarvan meer autonomie. Dat zijn over het algemeen de beter verdienende werknemers in de onderneming.

Tegen individualistische benadering

De individualistische benadering van ‘dat lossen de werkgever en werknemer samen wel op’, zoals in de initiatiefwetsvoorstellen van de Tweede Kamer wordt voorgesteld, is niet adequaat om deze ingrijpende sociale ontwikkeling in bedrijven en op de arbeidsmarkt in goede banen te leiden, aldus Klara Boonstra, directeur van de Wiardi Beckman Stichting, het wetenschappelijk bureau van de PvdA.

Zij wijst erop dat het hybride werken ertoe kan leiden dat er een ongelijke behandeling dreigt op de arbeidsmarkt in zijn geheel als binnen ondernemingen dreigt te ontstaan. Toch kan dit worden vermeden: "Het zou kunnen dat de minister dit een zaak van sociale partners acht. Allereerst door gelijke behandeling van thuis- en locatiewerkers bij wet te verplichten. Als de wetgever dit regelt kunnen de SER en de Stichting van de Arbeid als sociale partners adviezen en richtlijnen geven over de nadere uitwerking."

"In cao’s kunnen vervolgens in het verlengde daarvan specifiek op de sector toegesneden oplossingen worden gevonden, waarin rekenschap wordt gegeven van de risico’s van ongelijke behandeling. Dit alles zal leiden tot transparantie voor de individuele werknemers in de bedrijven. Zij kunnen vervolgens zowel via een verzoek tot aanpassing van de werkplek, als bij een klacht over ongelijke behandeling, de werkgever aanspreken op de wettelijke verplichtingen."

Bron: https://wbs.nl/werkplek