AI op de werkvloer: kans of crisis? Begint én bezint

Mijn werknemer functioneert niet = de cultuur moet op de schop
“Gebruik jij wel eens ChatGPT voor je werk?” De kans is groot dat het antwoord ‘ja’ is. De kans is óók groot dat het management en HR geen of onvoldoende zicht hebben op het gebruik van AI door hun medewerkers. Sterker nog: in veel organisaties is AI weliswaar al onderdeel van het dagelijks werk, maar nog zonder beleid en zonder kaders. En ook zonder opleiding. En dat is precies waar het begint te wringen of zelfs tot een crisis kan leiden.

AI zit inmiddels in mails, analyses en besluitvorming. Medewerkers werken door het gebruik van AI-tools sneller en produceren meer. En vaak: ogenschijnlijk beter. Voor organisaties die worstelen met krapte en productiviteitsdruk is dat aantrekkelijk. Maar hoe zit het met de factor mens in dit verband?

Productiviteit omhoog: maar wat doet dat met je mensen en de kwaliteit van het werk?

Wie de media volgt over AI-ontwikkelingen, leest dat de invloed op medewerkers groot is. De lat voor ‘goed genoeg’ verschuift met als risico dat de uiteindelijke output aan kwaliteit inboet. De mentale belasting neemt toe (altijd sneller, altijd beter) en de twijfel groeit: ‘Voeg ik nog echt waarde toe? Heb ik straks nog werk?’

Is de vakinhoudelijke kennis niet op orde, dan wordt de AI-output een soort Russische roulette

Daarnaast verandert de aard van werk: van zelf doen naar controleren en van creëren naar beoordelen.

Dat vraagt om andere vaardigheden. En een andere mindset. Het is juist de vakinhoudelijke kennis die maakt dat je AI-output op waarde kunt schatten. Is die kennis niet op orde, dan wordt de AI-output een soort Russische roulette.

De vraag die je je als werkgever dan ook moet stellen is of je als werkgever ook in die inhoudelijke kennis nog voldoende investeert. Het is belangrijk en zelfs verplicht om je medewerkers zodanig te scholen dat ze hun functie kunnen blijven uitoefenen.

De vraag is dus niet alleen: ‘worden we productiever?’ Maar ook: ‘houden we ons werk nog gezond, leerbaar en betekenisvol?’

AI-geletterdheid: een harde eis, geen zachte ambitie

Met de komst van de internationale AI Verordening – die ook in Nederland geldt – wordt de verplichting voor werkgevers om hun medewerkers te scholen op het gebied van AI expliciet gemaakt. Werkgevers moeten zorgen dat medewerkers die met AI werken voldoende AI-geletterd zijn, zodat zij AI slim kunnen inzetten én tegelijkertijd zelf kritisch blijven nadenken. Deze verplichting geldt dus naast de algemene scholingsplicht uit het Burgerlijk Wetboek. Ze gaan hand in hand.

De verplichting om medewerkers AI-geletterd te maken, betekent kennis bijbrengen over:

  • hoe AI tot output komt;
  • het herkennen van risico’s (bias, fouten, privacy);
  • weten wanneer en hoe je AI wél en niet gebruikt en hoe je bijvoorbeeld omgaat met bedrijfsgevoelige of persoonlijke informatie in AI-tools.

Dit raakt direct aan de zorgplicht van werkgevers en aan goed werkgeverschap in bredere zin. Je moet gericht investeren in kennis en vaardigheden ten aanzien van de inzet van AI.

In deze advanced training ga je verder dan experimenteren en ga je aan de slag met implementatievraagstukken. Je werkt met GPT’s en Agents die relevant zijn voor HR-processen, leert hoe je deze verantwoord implementeert en en hoe je draagvlak creëert.

Vakmanschap onder druk of juist in ontwikkeling?

AI lijkt werk makkelijker te maken en dat is vaak zo, maar niet altijd. Mensen klagen soms over de tijd die het kost om door de prompts de gewenste output te genereren en over teleurstellende resultaten. Maar dat is vaak ook een kwestie van trial and error. Je moet je kennis en vaardigheden op dit gebied vergroten en trainen. Zo benut je AI steeds beter.

Er zijn ook valkuilen. Vakmanschap blijft, maar verandert. En als je niet oppast, daalt de waarde van dat vakmanschap en dus de toegevoegde waarde van wat je oplevert door onjuist gebruik van AI.

De professional van nu moet:

  • betere vragen stellen;
  • output kunnen beoordelen;
  • context toevoegen waar AI tekortschiet.

Zonder actieve kennisontwikkeling ontstaat er juist achteruitgang:

  • minder diepgaande expertise;
  • afhankelijkheid van tools;
  • schijnzekerheid (‘het ziet er goed uit, dus het zal wel kloppen’).

Daarom is dit hét moment om te investeren in:

  • opleiding en training;
  • kennisdeling binnen teams;
  • intervisie: hoe gebruik jij AI verantwoord?;
  • gezamenlijke normen voor kwaliteit.

Niet als extraatje, maar als randvoorwaarde!

Professionele normen stoppen niet bij technologie

Voor sommige beroepsgroepen zijn er al concrete normen voor het gebruik van AI. Kijkend naar mijn eigen vak geldt dat binnen de advocatuur de Orde van Advocaten duidelijke kaders heeft gesteld. Die komen in de kern neer op het volgende:

  • Je blijft zelf verantwoordelijk voor je werk, ook als je een tool gebruikt.
  • Vertrouwelijkheid moet geborgd zijn.
  • Je moet begrijpen wat een tool doet.

Ondanks AI blijft de professionele verantwoordelijkheid altijd bij de mens. Nog even terug naar de advocatuur als voorbeeld. Er zijn al meerdere rechtszaken geweest waarin advocaten op de vingers zijn getikt omdat zij processtukken met AI gemaakt hadden en waarin zij verwezen naar gerechtelijke uitspraken die helemaal niet bleken te bestaan. Dat is natuurlijk onprofessioneel én onaanvaardbaar.

Medewerkers moeten hun werk doen met AI, maar kunnen en mogen AI niet al het werk laten doen en daar blindelings op vertrouwen. De vraag is dan ook of je dit soort normen expliciet hebt gemaakt binnen jouw organisatie of dat je het over laat aan het individuele gebruik van de medewerkers. Wie voor dat laatste kiest en niet investeert in AI-opleidingen en -beleid, laat niet alleen een kans liggen, maar is ook niet compliant.

HR als regisseur van gedrag en grenzen

AI wordt nu vaak benaderd als IT- of legal vraagstuk. Dat is ook logisch gelet op IT-veiligheid, maar de echte uitdaging zit in gedrag aangezien mensen ondanks hun kennis en expertise de zwakste schakel kunnen zijn. Je wilt de kansen van AI benutten en de risico’s beperken. Dat vraagt daarom om regie vanuit HR.

Organisaties die investeren in mensen, vakmanschap en duidelijke normen, bouwen een voorsprong op

Vanwege de snelle ontwikkelingen is dit geen eenmalige exercitie, maar iets dat om periodieke reflectie en zo nodig bijstelling vraagt. Je wilt immers dat de productiviteit duurzaam is. Duurzame productiviteit ontstaat niet door harder te gaan, maar door slimmer én bewuster te werken. Maar dat gaat niet vanzelf. Dit vraagt kennis, vaardigheden en dus training. En soms dus – hoe gek dat ook klinkt als je wilt versnellen –  ook om wat vertraging. Een gerichte aanpak loont.

Organisaties die alleen sturen op productiviteit, missen wat mij betreft de helft van het verhaal en daarmee ook de boot. Organisaties die investeren in mensen, vakmanschap en duidelijke normen, bouwen daarentegen een voorsprong op.

LEES OOK: