Het Grote Fröbelboek schopt tegen heilig ontzag voor modellen

Het Grote Fröbelboek schopt tegen heilig ontzag voor modellen
"We kopiëren onszelf suf, iedereen gebruikt hetzelfde model of theorietje", schrijven Ben Kuiken en Marijne Vos in Het grote fröbelboek voor adviseurs. Ze onderzoeken hoe organisaties 'speelruimte' kunnen creëren.

Het grote fröbelboek voor adviseurs is een boek dat zich niet makkelijk laat samenvatten. Het heeft geen duidelijke lijn, al kan de lezer die er best in aanbrengen. Wel meer dan één lijn zelfs.

Je kunt achterin beginnen (wel het boek even ondersteboven draaien).

Je leert dan de auteurs/adviseurs Ben Kuiken en Marijne Vos kennen. En als je even doorbladert stuit je op een soort van inleiding over het waarom van hun boek, namelijk dat ze ‘de lezer een andere manier van denken willen aanreiken’. Niet – in hun woorden – het rationele denken van het zoeken naar zekerheid, controle en nuttigheid, maar van spelen, fröbelen en magie.

Je kunt ook een willekeurige bladzijde openslaan.

Bijvoorbeeld pagina 26: ‘Wie was meneer of mevrouw Fröbel?’ Met een plaatje van een mevrouw, maar uit de tekst valt op te maken dat het toch echt meneer Fröbel was. Hij zette zich ervoor in om kinderen op een speelse manier iets bij te brengen. ‘Fröbelen’ – dat van zijn naam is afgeleid en zoiets betekent als ‘vrijblijvend creatief bezig zijn’ – wordt vaak met een zekere denigrerende ondertoon gebruikt, aldus Kuiken en Vos. Fröbel zelf zag dat anders: “Het spel is geen trucje”, citeren ze hem. “Het is heel serieus en heeft een diepe betekenis.”

Je kunt ook voorin beginnen, waar ook weer iets van een inleiding staat.

Daarin bediscussiëren Kuiken en Vos waar het boek over gaat. Het gaat over spelen, zoveel is zeker. Maar gaat het boek vooral over hoe je spelen kunt inzetten om veranderingen tot stand te brengen? Of gaat het vooral over spelen zonder enig doel? Zoals kinderen doen, zonder dat ze een duidelijk doel voor ogen hebben. Ze leren misschien wel wat door het spel, maar terloops. “Het doel van spelen is spelen.” Misschien is dit boek ook bedoeld als spel omwille van het spel? Ze komen er niet helemaal uit.

Monty Python

De auteurs noemen het werk van Monty Python als een van de inspiratiebronnen. Visueel gezien is dat zeker zo. Het grote fröbelboek voor adviseurs schurkt vooral aan tegen de boeken van de Engelse komieken – dankzij de smakelijke vormgeving van Hein van Putten, met veel ouderwetse plaatjes die buiten hun oorspronkelijke context het geheel een prettige lichtvoetigheid meegeven. Pythonesk aan het boek is ook dat het zo middelpuntvliedend is, met veel tussendoortjes, opdrachten, denkoefeningen en andere rondvliegende delen. En net als bij de Pythons kun je je van Kuiken en Vos afvragen of ze alleen maar lol aan het trappen zijn of ook iets van een boodschap hebben te verkondigen. En net als bij de Pythons is het antwoord: allebei waarschijnlijk.

Onder de dikke laag van grappen en grollen zat bij Monty Python natuurlijk veel kritiek verscholen – op de Engelse ‘upper class’, op de religieuze fanatici (Life of Brian), op de stijfheid, de schijnheiligheid en de humorloosheid van zo’n beetje elke autoriteit. Zonder een duidelijk alternatief te bieden, of hooguit een alternatief waarin de komieken zelf maar half geloofden: “We’re all individuals”, roept Brian wanhopig om z’n volgelingen die in hem de messias zien af te schudden. “Yes, we’re all individuals”, roepen zij in koor en blijven hem achterna lopen.

Het grote fröbelboek voor adviseurs heeft eenzelfde anti-autoritaire houding als John Cleese c.s., maar de kritiek is eigentijdser. Het boek richt zich tegen ons heilige ontzag voor ‘systemen’ en ‘modellen’. Terwijl elk systeem en elk model natuurlijk een versimpeling is van de werkelijkheid. Alleen vergeten we dat wel eens, en laten we ons leiden door die systemen en modellen. Dit kan in het ergste geval leiden tot politieke beslissingen met uitkomsten die ‘niet oké zijn’, aldus de auteurs, met een verwijzing naar de toeslagenaffaire. In bedrijven neemt het geloof in systemen en modellen meestal de vorm aan van slaafs kopieergedrag: “We kopiëren onszelf suf, iedereen gebruikt hetzelfde model of theorietje.” Kuiken en Vos spreken van ’terminale serieusheid’.

Vakantieboek

Maar hoe denken ze die terminale serieusheid te lijf te gaan? Wat is hun alternatief? Net als bij Monty Python is dat wat lastiger te vatten. Er is ook niet één manier om ‘speelruimte’ te creëren. Juist niet: één methode zou eenzelfde effect hebben als de oproep ‘we’re all individuals’ op een massa geloofsfanatici. Weer een model, weer een systeem – terwijl het juist de bedoeling is ons daarvan te bevrijden. Om ons zoals gezegd ‘een andere manier van denken aan te reiken’. Om ons te inspireren tot speelsheid.

Vandaar natuurlijk ook al die vrolijke plaatjes, als in een vakantieboek. Vandaar de intermezzi. Vandaar de sprankelende interviews met mensen als Matthieu Weggeman, Jaap Boonstra en Edu Feltmann. Vandaar ook de vele eigen modellen, om invoelbaar te maken dat er verschillende manieren zijn om de werkelijkheid in kaart te brengen. Voor adviseurs – volgens de titel de belangrijkste doelgroep van dit boek – staat bijvoorbeeld een mooi model op bladzijde 126 en verder: een overzicht van de verschillende rollen die een adviseur kan spelen (het zijn er acht in totaal, elders in het boek worden de rollen nader toegelicht).

Voor adviseurs die de terminale serieusheid bij zichzelf en hun klanten achter zich willen laten, is dit boek een aanrader. En mocht Het grote fröbelboek voor adviseurs toch niet bevallen, dan biedt de tweede grote inspiratiebron voor dit boek, Wreck This Journal van Keri Smith, een oplossing. Knip uit wat interessant is, gooi de rest weg. Verbrand het, vouw er vliegtuigjes van. Doe wat je wilt. Leef je uit. Wees speels – precies zoals de bedoeling is van het boek dat je niet helemaal hebt begrepen (of misschien toch wel).

 

 

Het grote fröbelboek voor adviseurs – Speelruimte creëren in organisaties
Ben Kuiken en Marijne Vos
ISBN13: 9789492528704