Hoe leiderschapsschaamte leidt tot schade en uitputting

Leiders die twijfelen aan eigen kunnen zijn geen uitzondering. De continue vrees verwachtingen niet waar te kunnen maken schaadt hun emotionele weerbaarheid en de organisatie.

Sta je als manager op een voetstuk? Dan is twijfel aan je eigen geschiktheid doodgewoon. Sterker nog, veel kopstukken uit het bedrijfsleven worden gekweld door de heimelijke wetenschap dat ze de kluit bedonderen. De vaardigheden en verdiensten die hen naar de top brachten, stellen in werkelijkheid niets voor, zo houden ze zichzelf voor. Sterker: hun voorbeeldrol vervullen ze onder voorwendselen.

Impostorisme oftewel het impostorsyndroom

Het zijn niet de minste kopstukken die zuchten onder deze gevoelens, die ook bekend staan als impostorisme of het impostorsyndroom. Internationale sterren gaan eronder gebukt, zoals Alexa Chung (ontwerper), David Metzler (CEO van CBD Capital Group), Michelle Obama (advocaat, voormalig First Lady) en Ricky Joshi (CEO van het bedrijf Saatva). Zelfs Jacinda Ardern, premier van Nieuw-Zeeland, liet zich ooit ontvallen: “Ik kan dat niet doen omdat ik het ben”.

De hoogleraren Ronit Kark, Alyson Meister en Kim Peters van twee universiteiten en een businessschool (Bar-Ilan University, Israel; IMD Business School, Zwitzerland; University of Exeter Business School) hebben onderzoek gedaan naar deze leiderschapsschaamte.

Drie redenen waarom een leidinggevende zich een bedrieger voelt

“We suggereren dat er drie redenen zijn waarom degenen die een leidende rol vervullen, zich bedriegers voelen”, schrijven de drie onderzoekers. Ten eerste wijzen ze op de schijnwerpers die strak op de kopstukken staan gericht. “Elke actie valt daardoor op en elke fout is moeilijker te verbergen.”

De tweede aanleiding voor het impostorisme is het moeten voldoen aan hoge verwachtingen, ook naar zichzelf toe. “Ze kunnen het gevoel hebben dat ze de erfenis van hun voorgangers moeten voortzetten. Of ze nu wel of niet buitengewoon, heroïsch of zelfs groter dan het leven zijn, ze zijn zich ervan bewust dat er naar leiders wordt opgekeken en dat de verwachtingen hoog zijn.”

De derde oorzaak van het fenomeen is de vaak aangehaalde eenzaamheid aan de top, zo denken de drie hoogleraren. Hooggeplaatsten zijn mogelijk bovengemiddeld geïsoleerd en genieten minder sociale steun om met de druk om te gaan. “Zit je in een leidende rol, dan voel je je mogelijk uitverkoren boven anderen die ook hebben gestreden voor deze rol. Wellicht heb je daardoor moeite om de sociale steun te verwerven die je nodig hebt.”

Organisaties moeten oog hebben voor deze onzekerheden

Het delen van deze onzekerheid is een drempel voor kopstukken, menen de onderzoekers. Het gaat om persoonlijke gevoelens die  kwetsbaar maken en waar men niet snel over praat. Des te belangrijker dat organisaties hier oog voor hebben en er iets mee doen. “Omdat het waarschijnlijk van invloed is op de prestaties en het welzijn van de leidersrol”, aldus de drie academici. Impostorisme heeft volgens hen een “zeer belastend emotioneel effect”. De leiders in kwestie ervaren schaamte en angst. Ze voelen zich bedreigd door mislukking, negatieve sociale evaluatie en ontmaskering. “Schaamte is een zelfveroordelende morele emotie die ontstaat wanneer een individu merkt dat hij morele normen heeft geschonden.”

Aanhoudende gevoelens van deze aars kunnen leiden tot emotionele uitputting van cognitieve hulpbronnen. Toppers die er teveel tobben over hoe ze iedereen voor de gek houden, worden in beslag genomen door wat anderen van hen vinden. Het spreekt voor zich dat het dan moeite kost om de leiderschapsrol vol overtuiging te claimen, laat staan erin te gedijen.

Dat uit zich in een gebrek aan motivatie en ambitie. Mensen gaan hun eigen topprestaties nuanceren of zelfs verbergen, uit angst om ontmaskerd te worden. Risico’s gaan ze zoveel mogelijk uit de weg en ze negeren kansen, ze worden berekenend en vertrouwen minder op hun intuïtie. Hard werken doen ze wel, om te voldoen aan het verwachtingspatroon en om hun vermeende gebrek aan talent te compenseren.

Dat harde werken valt bovendien niet op als iets negatiefs. Topmensen zetten hiermee de toon voor hun omgeving, bijvoorbeeld door vroeg te beginnen met werken, laat te stoppen en het oppakken van veel zaken.

Koester kleine successen en zoek een rolmodel

Belangrijk is te beseffen dat leiderschapsschaamte geen tekortkoming is van de persoon, maar dat het verschijnsel door de omgeving in de hand wordt gewerkt. Het fenomeen doet zich vooral voor op als mensen nieuw zijn in een leiderschapsrol.

Let er daarom op bij de aanstelling van een nieuwe leider, zo adviseren de onderzoekers. Stimuleer dat nieuwe kopstukken hun kleine successen koesteren, want die bevestigen hun competenties. Naarmate hun ervaring toeneemt, neemt het risico op leiderschapsschaamte af.

Zorg verder dat nieuwe leiders zich omgeven voelen door rolmodellen of sponsors. Die helpen de kloof te overbruggen tussen een negatief zelfbeeld en de rolvaste leider. Houd ook de organisatiecultuur tegen het licht. Een exclusieve, competitieve cultuur werkt onzekerheid in de hand omdat het de leiderschapsrol uitvergroot. Ben je als leider dan ook nog eens vrouw, jong of migrant, dan is het al helemaal moeilijk om je draai te vinden.