Wanneer een onderzoek faalt: billijke vergoeding bij grensoverschrijdend gedrag
Werknemer is sinds 1 januari 1996 in dienst bij werkgeefster als keyaccountmanager/purchaser.
Na ontvangst van een drietal meldingen over grensoverschrijdend gedrag van werknemer, laat werkgeefster een onderzoek uitvoeren door een extern onderzoeksbureau.
Werkgeefster heeft ernstig verwijtbaar gehandeld door zonder wederhoor de inhoud van het onderzoeksrapport als waar aan te nemen
Werknemer wordt geschorst. Werkgeefster informeert de overige werknemers over de onderzoeksresultaten, waarbij zij werknemer bij naam noemt en beschuldigt van grensoverschrijdend gedrag. Werknemer krijgt zelf geen uitnodiging voor deze bijeenkomst.
Werkgeefster verzoekt vervolgens de kantonrechter tot ontbinding van de arbeidsovereenkomst op basis van verwijtbaar handelen door werknemer, dan wel op basis van een verstoorde arbeidsverhouding.
Wat oordeelt de rechter?
Om te beginnen oordeelt de kantonrechter dat geen sprake is van verwijtbaar handelen. De kantonrechter beoordeelt het onderzoeksrapport als ondeugdelijk. Daardoor kan niet vastgesteld worden wat er precies heeft plaatsgevonden en in hoeverre Werknemer schuldig is.
De kantonrechter concludeert dat wel sprake is van een verstoorde arbeidsverhouding. De manier waarop werkgeefster heeft gehandeld ten aanzien van het onderzoek en de schorsing, leidt ertoe dat de arbeidsrelatie onherstelbaar beschadigd is geraakt. Ontbinding van de arbeidsovereenkomst volgt.
De kantonrechter kent werknemer echter wel een billijke vergoeding van EUR 75.000 toe. Werkgeefster heeft namelijk ernstig verwijtbaar gehandeld door zonder wederhoor de inhoud van het onderzoeksrapport als waar aan te nemen en door werknemer te beschuldigen van grensoverschrijdend gedrag tegenover zijn collega’s.
Rechtbank Utrecht 8-12-2025, ECLI:NL:RBMNE:2025:6708
LEES OOK: