Hoogleraar Erik Brynjolfsson: “AI zal de aanwas van jonge leiders in organisaties sterk afremmen”

Erik Brynjolfsson van Stanford University waarschuwt dat werkgevers die overstappen op AI-tools en automatisering de ontwikkeling van talentvolle junior medewerkers voor senior functies belemmeren. Het werven van strategisch denkend en analytisch personeel, adviseert hij.

Beeld: Brynjolfsson.com

Dat stelt hij in een interview met Institute for Management Development. AI-tools kunnen weliswaar op korte termijn een welkome impuls geven aan de winstgevendheid, maar technologen en HR-professionals vrezen steeds meer dat AI de traditionele arbeidsmarktmodellen ondermijnt. Zo ook Erik Brynjolfsson, hoogleraar en senior fellow aan het Stanford Institute for Human-Centered AI en directeur van het Stanford Digital Economy Lab.

“Bij organisaties die steeds meer routinematig werk aan AI uitbesteden, zijn er minder functies voor junior medewerkers”

“Er is altijd een impliciet contract geweest tussen jongeren en werkgevers, waarbij junior medewerkers eenvoudig, routinematig werk op zich nemen en vervolgens doorgroeien naar meer senior functies naarmate ze ervaring en expertise opdoen”, zegt hij. “Maar bij organisaties die steeds meer van dat routinematige werk aan AI uitbesteden, zijn er minder functies voor die junior medewerkers. In dat geval, op de langere termijn, waar komen de senior medewerkers van de organisatie dan vandaan?”

Personeelspiramide wordt diamant

Brynjolfsson beschrijft een verschuiving weg van het traditionele piramidevormige personeelsbestand, waarbij high performers uit een grote groep junior medewerkers doorstromen naar een kleiner aantal senior functies. Door AI – en met name generatieve AI (GenAI) – hoeft die basis op korte termijn niet meer zo breed te zijn. Daardoor begint het personeelsbestand veel meer op een diamant te lijken.

“Als de piramide een diamant wordt, krijg je verderop in de keten problemen”, waarschuwt Brynjolfsson. “Op korte termijn lijkt het misschien productief, maar het zal de voorraad toekomstige leiders binnen je organisatie uitputten.”

Veel werkgevers lopen volgens hem al het risico in deze valkuil te trappen. Hoewel de moeilijke economische omstandigheden vaak als oorzaak worden aangewezen voor de zware situatie van afgestudeerden en andere jongeren, is Brynjolfsson ervan overtuigd dat de waarschuwingen over de impact van AI op instapfuncties niet overdreven zijn. In een recent artikel, geschreven in samenwerking met zijn collega-academici van Stanford, Bharat Chandar en Ruyu Chen, suggereert hij dat dergelijke waarschuwingen de werkelijkheid misschien zelfs nog onderschatten.

13 procent daling werkgelegenheid starters

Aan de hand van gegevens van salarissoftwareleverancier ADP analyseerden Brynjolfsson en zijn collega’s miljoenen functies bij tienduizenden Amerikaanse werkgevers. Hun meest opvallende bevinding was dat er sinds de wijdverbreide invoering van GenAI een relatieve daling van 13 procent is opgetreden in de werkgelegenheid voor starters in de beroepen die het meest blootstaan aan AI, waaronder softwareontwikkelaars en klantenservicemedewerkers.

Bij hogere functies binnen die beroepen is geen overeenkomstige daling van de werkgelegenheid waargenomen. Bovendien blijkt dat de werkgelegenheid voor werknemers in sectoren die minder blootstaan aan AI sinds oktober 2022 stabiel is gebleven of is blijven groeien. De conclusie is dat werkgevers in beroepen waar ze het gemakkelijkst kunnen profiteren van de vooruitgang van AI, dit op grote schaal doen. Deze organisaties nemen aanzienlijk minder afgestudeerden en starters aan dan drie jaar geleden.

Anticiperen op nieuwe rollen

Is dit een tijdelijke afwijking die zichzelf zou kunnen corrigeren zodra de noviteit van GenAI begint te vervagen? Brynjolfsson denkt van niet. “Onze studie analyseerde aanvankelijk gegevens tot augustus 2025, maar sindsdien hebben we meer gegevens ontvangen en deze effecten lijken met de maand sterker te worden.”

“Historisch gezien hebben we dit patroon keer op keer gezien”

Hij vindt niet dat organisaties AI moeten afzweren voor taken waar het duidelijke zakelijke voordelen biedt. Hij dringt er wel bij werkgevers op aan om beter na te denken over hoe hun toekomstige personeelsbestand eruit moet zien.

“Historisch gezien hebben we dit patroon keer op keer gezien. Nieuwe technologieën maken bepaalde banen overbodig, maar dat betekent niet dat iedereen werkloos wordt, omdat er nieuwe beroepen ontstaan. Een vooruitstrevende werkgever zou moeten proberen te anticiperen op wat die nieuwe rollen zullen zijn en zijn personeel daarop voorbereiden.”

Investeren in opleiding en ondersteuning

Brynjolfsson stelt dat de meeste taken in drie delen kunnen worden opgesplitst: het definiëren van de taak door de juiste vragen te stellen, het uitvoeren van de taak en tenslotte het controleren van de resultaten en het herhalen van de procedure als deze niet aan de verwachtingen voldoen. “Van oudsher hebben mensen alle drie de delen uitgevoerd. Tegenwoordig beginnen machines het middelste deel uitstekend te doen, maar mensen behouden een comparatief voordeel bij het eerste en derde deel.”

Slimme werkgevers zullen volgens hem inzien dat, hoewel ze minder jonge werknemers nodig hebben voor de uitvoering van taken, ze zich moeten richten op ‘het werven van strategisch denkend en analytisch personeel’. Hoewel deze werkgevers meer zullen moeten investeren in opleiding en ondersteuning, zullen de uiteindelijke voordelen ook groter zijn. Niet alleen zal er minder erosie zijn aan de basis van de personeelspiramide, maar deze zal ook bestaan uit geschoolde werknemers die de komende jaren de ruggengraat van het bedrijf zullen vormen.

“De meest waardevolle toepassingen van AI zullen die zijn waarbij je de technologie gebruikt om nieuwe dingen te doen”

Er zijn aanwijzingen dat dit begint te gebeuren. Het onderzoek van Stanford maakt een onderscheid tussen het gebruik van AI om snelle verbeteringen in KPI’s te realiseren, en gevallen waarin de technologie de inspanningen van werknemers aanvult en versterkt, waardoor het algehele resultaat wordt verbeterd. In de laatste gevallen hebben Brynjolfsson en zijn collega’s de afgelopen drie jaar een stijging in de werkgelegenheid waargenomen, met voorbeelden variërend van verpleegkundigen tot informatiesysteemanalisten.

“Intellectueel gezien is het makkelijker om naar een taak te kijken en je af te vragen of een machine hetzelfde zou kunnen doen”, stelt hij. “De meest waardevolle toepassingen van AI zullen die zijn waarbij je de technologie gebruikt om nieuwe dingen te doen. Dat zal leiden tot meer algemeen gedeelde welvaart en het creëren van nieuwe kansen.”

Niet vasthouden aan het verleden

Tot nu toe hebben relatief weinig organisaties de vervanging van functies door AI-gedreven automatisering gecompenseerd door meer mensen aan te nemen voor functies die worden ondersteund door AI-augmentatie. Dat is wel nodig, aldus Brynjolfsson. “Een van de grootste fouten die veel bedrijven maken, is dat ze proberen vast te houden aan wat in het verleden heeft gewerkt. Het is een natuurlijk defensief instinct, maar wel een vreselijk instinct.”

AI moet derhalve niet alleen een middel zijn voor organisaties om te doen wat ze altijd al hebben gedaan, maar dan tegen lagere kosten. De grote kans die het biedt, is juist om te innoveren en nieuwe waarde te creëren.

“Jongeren ontwikkelen een diepe loyaliteit en band met hun werkgever. Ze blijven omdat ze in de missie geloven.”

Werkgevers die deze mentaliteit omarmen, voorspellen Brynjolfsson en zijn collega’s, zullen werknemers in een vroeg stadium van hun carrière blijven werven, maar in plaats van hen saaie, repetitieve taken te geven, zullen ze hen opleiden op basis van hun potentieel voor toekomstige strategische rollen.

Deze werkgevers zullen het beste jonge talent aantrekken, zeker wanneer andere organisaties afgestudeerden mijden ten gunste van geautomatiseerde kostenbesparingen. “De bedrijfscultuur is een cruciaal onderdeel van de traditionele overeenkomst tussen werkgevers en werknemers”, benadrukt Brynjolfsson. “Jongeren ontwikkelen een diepe loyaliteit en band met hun werkgever. Ze blijven omdat ze in de missie geloven.”


Erik Brynjolfsson
is een vooraanstaand wetenschapper op het gebied van technologie-economie, kunstmatige intelligentie en digitale transformatie. Hij is de Jerry Yang en Akiko Yamazaki-hoogleraar en senior fellow aan het Stanford Institute for Human-Centered AI, directeur van het Stanford Digital Economy Lab en Ralph Landau senior fellow aan het Stanford Institute for Economic Policy Research (SIEPR).

Lees ook: Werken met generative AI: onderzoek toont stijging productiviteit – maar wat zijn de langetermijneffecten?

Lees ook: ‘Technologische werkloosheid is alleen te vermijden als we in actie komen’