Van bestuurstafel naar werkvloer: zo wordt AI mensenwerk
Door René Brouwers, CEO van Great Place To Work Nederland
Begrijpelijke vragen. Maar voor organisaties speelt ondertussen iets veel concreters: AI verandert wat medewerkers binnen hun huidige baan doen. Taken verschuiven, verantwoordelijkheden veranderen en andere vaardigheden worden belangrijker.
Daarmee is AI voor mij niet alleen een technologisch vraagstuk, maar ook een organisatievraagstuk. Want je kunt technologie invoeren, maar daarmee heb je het werk nog niet opnieuw georganiseerd. Dat gebeurt pas in de praktijk, met de medewerkers die dat werk iedere dag doen.
Juist daarom kun je de verandering van werk door AI niet alleen vóór medewerkers bedenken. Je zult die ook mét hen moeten vormgeven. Want uiteindelijk bepaalt niet de beschikbaarheid van technologie het succes, maar de mate waarin medewerkers ermee willen en kunnen werken.
Tijdwinst vraagt om keuzes over werk
De impact van AI op het dagelijkse werk wordt steeds concreter. BCG onderzocht in 2026 bijna 12.000 medewerkers, managers en leiders. Van de medewerkers in uitvoerende functies die AI regelmatig gebruiken, zegt 42% ongeveer acht uur per week te besparen. Tegelijkertijd krijgt 66% weinig of geen richting over wat zij met die vrijgekomen tijd moeten doen.
Acht uur per week is veel. Zodra AI zoveel tijd vrijmaakt, moet je als organisatie ook bepalen wat je met die ruimte doet. Krijgt een medewerker andere verantwoordelijkheden? Ontstaat er ruimte voor complexer of waardevoller werk? Of leidt tijdwinst vooral tot de verwachting dat er meer werk wordt verzet?
Voor mij zit daar een belangrijk deel van de menselijke kant van AI. De technologie kan tijd besparen, maar bepaalt niet hoe je die tijd vervolgens inzet. Dat zijn keuzes over werk, en daarmee ook keuzes over de mensen die dat werk doen.
Ik denk niet dat leiders daar nu al een definitief antwoord op hoeven te hebben. De technologie en het gebruik ervan ontwikkelen daarvoor te snel. Maar er zit een groot verschil tussen het antwoord nog niet weten en medewerkers pas betrekken wanneer het antwoord al is bedacht.
Van meenemen naar invloed geven
Bij grote veranderingen hoor je vaak dat organisaties hun medewerkers moeten ‘meenemen’. Ik gebruik dat woord zelf ook. Maar bij AI vraag ik me steeds vaker af wat we daar precies mee bedoelen.
Meenemen suggereert al snel dat de belangrijkste keuzes al zijn gemaakt. De strategie staat, de technologie is gekozen en vervolgens leggen we medewerkers uit waarom we deze kant op gaan.
Volgens mij laat je dan een belangrijke bron van kennis onbenut. Medewerkers kennen hun eigen werk. Ze weten waar processen onnodig tijd kosten, welke taken weinig toevoegen en waar persoonlijk oordeel of contact juist belangrijk blijft.
Maar betrokkenheid gaat voor mij verder dan het benutten van die kennis. Als medewerkers begrijpen waarom AI wordt ingezet en invloed ervaren op wat dat voor hun werk betekent, ontstaat er ook meer ruimte om ermee te experimenteren en nieuwe manieren van werken onderdeel te maken van de dagelijkse praktijk.
Dat maakt hun rol bij AI groter dan die van gebruiker alleen. De vraag is niet alleen hoe je medewerkers meekrijgt in een AI-transformatie, maar hoe je hen een actieve rol geeft in de manier waarop AI hun werk verandert.
Dat betekent niet dat iedere medewerker over iedere technologiekeuze moet meebeslissen. Wel dat je medewerkers betrekt op het moment dat er nog daadwerkelijk iets te kiezen valt. Bijvoorbeeld bij de vraag welke werkzaamheden AI kan ondersteunen en waar menselijke kennis, afweging of contact belangrijk blijft.
Ruimte voor twijfel helpt verandering vooruit
Medewerkers hoeven niet óf enthousiast óf onzeker te zijn over AI. Die twee kunnen prima naast elkaar bestaan. Je kunt nieuwsgierig zijn naar wat AI mogelijk maakt en tegelijkertijd willen weten wat die ontwikkeling voor je eigen rol en werk betekent.
Niet iedere kritische vraag over AI is daarom weerstand tegen verandering. Een medewerker kan ook simpelweg proberen te begrijpen wat AI voor het eigen werk betekent en welke rol hij of zij daarin krijgt.
Juist daarom is betrokkenheid belangrijk. Als je wilt dat medewerkers met AI gaan werken, moet er ruimte zijn om vragen te stellen, invloed uit te oefenen en samen te ontdekken wat de technologie voor hun werk betekent.
Leiders hoeven niet alle antwoorden te hebben
Medewerkers invloed geven betekent niet dat je als leider een stap terug doet. Juist bij AI blijft richting nodig. Alleen hoef je daarvoor niet te doen alsof je alle antwoorden al hebt.
Binnen Great Place To Work Nederland werken we zelf met veel autonomie. Die ervaring heeft me geleerd dat autonomie niet betekent dat alles vrij is. Verantwoordelijkheden moeten duidelijk zijn en soms moet je als leider juist richting geven. In een eerdere bijdrage voor CHRO omschreef ik dat als een voortdurend spel tussen ruimte geven en de touwtjes soms weer iets aantrekken. Die spanning tussen autonomie en duidelijke verantwoordelijkheid past ook bij hoe René Brouwers eerder over leiderschap sprak.
Met AI zie ik een vergelijkbare opgave. Sommige risico’s vragen om duidelijke grenzen. Binnen die grenzen kun je medewerkers ruimte geven om te ontdekken waar AI hun werk kan verbeteren en hoe ze ermee willen werken.
Dat vraagt misschien minder om leiders die het antwoord al kennen, en meer om leiders die helder zijn over de richting en tegelijkertijd ruimte laten om samen te ontdekken hoe je daar komt. Want uiteindelijk staat de menselijke kant van AI niet los van de technologische verandering. Het is er onderdeel van.
Een andere vraag voor de bestuurstafel
De komende jaren zullen bestuurders veel besluiten nemen over AI. Over investeringen, risico’s, vaardigheden en productiviteit. Daar zou ik één vraag aan willen toevoegen:
Hoeveel invloed hebben onze medewerkers op de manier waarop AI hun eigen werk verandert?
Niet omdat iedere medewerker over iedere technologiekeuze moet meebeslissen. Maar omdat de ontwikkeling van AI uiteindelijk zichtbaar wordt in hun dagelijkse werk.
Technologie kan taken overnemen en processen veranderen. Maar de keuzes over wat we vervolgens van mensen vragen, welke ruimte zij krijgen en waar hun bijdrage het verschil maakt, blijven van ons.
Misschien is dat wel de belangrijkste opdracht voor leiders en CHRO’s: AI niet alleen invoeren in het werk van medewerkers, maar medewerkers betrekken bij het vormgeven van het werk dat daardoor ontstaat.