Zet in op aandacht aan de voorkant: ‘De grootste winst zit vóór het eerste verzuimgesprek’
lev arbo werd in 2021 opgericht als bewust alternatief voor de grote, vaak anonieme arbodiensten. De naam staat voor durf én leven: de moed om arbodienstverlening anders te organiseren, met meer aandacht voor werkplezier, leiderschap en duurzame inzetbaarheid. Dat vertaalt zich in een persoonlijke aanpak, vaste gezichten en een sterke focus op preventie.
“Je hebt als werkgever geen invloed op ziekte, wél op gedrag, werkplezier en de vraag of iemand zich gezien voelt”
“Preventie, leiderschap en duurzame inzetbaarheid zijn net zo goed onderdeel van arbodienstverlening als verzuimbegeleiding”, zegt bedrijfsarts en medisch directeur Elise Koopman. “Het gaat ook over leiderschap, cultuur, werkdruk, teamdynamiek en de vraag of iemand nog energie uit het werk haalt.” Zelf koos ze heel bewust voor het vak. “Je kijkt als bedrijfsarts niet alleen naar ziekte, maar naar de mens als geheel: werk, privé, motivatie, gedrag en omgeving. Als bedrijfsarts werk je juist óók preventief: niet pas iets doen als iemand uitvalt, maar veel eerder signaleren wat iemand nodig heeft om inzetbaar te blijven. Bovendien heb je langdurig contact met organisaties en medewerkers, waardoor je op team- en organisatieniveau adviseert en je echt impact maakt. Je helpt complete teams en organisaties gezonder te worden.”
Koopman doet méér dan alleen spreekuren draaien en urenbeperkingen noteren. Juist die bredere adviesrol – meedenken over cultuur, leiderschap en duurzame inzetbaarheid – maakt het vak aantrekkelijk. “Ik vind het echt geneeskunde in de meest prachtige vorm.” Dat is ook waarom ze niet lang hoefde na te denken over aansluiting bij lev arbo, nadat ze Dianne van der Putte en medeoprichter Corina Blokland tegen het lijf was gelopen met hun visie op leiderschap en preventie.
Inzetbaarheid als vertrekpunt
Het doel van lev arbo is om warmte en zakelijkheid te combineren en zo meer inzetbare en productieve medewerkers te krijgen. De visie van de organisatie draait om het zogenoemde ‘werkvuur’, gebaseerd op een model van prof. dr. Lidewey van der Sluis. Dat vuur bestaat uit drie elementen: willen (temperatuur), kunnen (brandstof) en werkomgeving (zuurstof). Heeft iemand motivatie voor het werk? Sluit het werk aan bij iemands vaardigheden en belastbaarheid? En geeft de werkomgeving energie?
“Als dat werkvuur niet brandt, heb je vaak je verzuimers van de toekomst in beeld”, zegt Van der Putte. “Mensen vallen meestal niet alleen uit door ziekte of een privésituatie. Dat kan het kantelpunt zijn, maar regelmatig speelt er al langer iets in werkplezier, energie of onderlinge samenwerking.”
Volgens Koopman ligt daar een belangrijke opdracht voor CHRO’s en leidinggevenden. “Je hebt als werkgever geen invloed op iemands ziekte, scheiding of mantelzorgsituatie. Maar je hebt wél invloed op de vraag of iemand zich gezien voelt, hoe het werk georganiseerd is, of verwachtingen helder zijn en of leidinggevenden tijdig het goede gesprek voeren.”
Warm-zakelijk leiderschap
Dat gesprek noemt lev arbo ‘warm-zakelijk’: warm op de relatie, duidelijk op verwachtingen, gedrag en verantwoordelijkheden. Juist die combinatie ontbreekt volgens Van der Putte nog vaak in organisaties. “Sommige organisaties zijn heel betrokken, maar spreken verwachtingen niet uit. Andere zijn juist erg zakelijk en vergeten de menselijke kant. Terwijl duurzame inzetbaarheid vraagt om beide.”
Daarom traint lev arbo met zusterorganisatie Hera inzetbaarheid regelmatig leidinggevenden in het voeren van warm-zakelijke gesprekken over gedrag en inzetbaarheid. Zodat het gesprek niet pas gevoerd wordt wanneer iemand ziek thuiszit, maar juist eerder. “Veel leidinggevenden denken nog te veel vanuit procedures”, zegt Van der Putte. “Wij leren ze kijken naar gedrag en signalen. Heeft iemand nog plezier? Waar krijgt iemand energie van? Wat zie je veranderen? Dat gesprek aan de voorkant maakt vaak het verschil.”
Vaste gezichten maken het verschil
Een belangrijk onderscheidend element van lev arbo is het vaste duo-model: iedere klant werkt met een vaste bedrijfsarts en een vaste inzetbaarheidscoach. Geen wisselende artsen of anonieme contactmomenten. “Dat lijkt logisch, maar in de praktijk is het dat vaak niet”, zegt Koopman. “Veel organisaties hebben continu andere bedrijfsartsen die overwegend op afstand werken. Voor medewerkers betekent dat dat ze telkens opnieuw hun verhaal moeten doen. Voor HR en management betekent het dat je geen echte adviseur hebt die jouw organisatie kent.”
“We werken bewust niet met taakgedelegeerden; medische advisering gebeurt uitsluitend door echte (bedrijfs)artsen op locatie”
lev arbo werkt bovendien zoveel mogelijk op locatie bij klanten, waar ze echt onderdeel zijn van het team. Daardoor ontstaat volgens Koopman een veel natuurlijker samenwerking. “Je spreekt elkaar makkelijker tussendoor. Je ziet de cultuur, hoort wat er speelt en kunt sneller signalen oppakken. De spreekkamer is belangrijk, maar wat je daarna met elkaar doet, is minstens zo relevant.”
Focus op wat kan wél?
Hoe groot het verschil kan zijn, blijkt uit de samenwerking met een onderwijskoepel in Noord-Brabant. De organisatie, met bijna 400 medewerkers, kampte met een traditionele verzuimaanpak waarin vooral reactief werd gehandeld. “Leidinggevenden wisten niet goed hoe ze verzuimgesprekken moesten voeren en ‘ziek is ziek’ was de dominante gedachte”, vertelt Van der Putte.
Na een aanbesteding koos de organisatie voor lev arbo. Er kwam een vaste bedrijfsarts op locatie en leidinggevenden werden getraind in een nieuwe manier van kijken naar inzetbaarheid. Het gedachtegoed rondom het ‘werkvuur’ werd onderdeel van de dagelijkse praktijk en de adviezen van lev arbo omarmd en toegepast. Het resultaat? Er werden betere gesprekken gevoerd, verwachtingen zijn helder en het verzuim daalde tot 2 procent onder het branchegemiddelde.
Maar volgens de beleidsadviseur HR bij de organisatie zit de grootste winst ergens anders: ze zijn van pappen en nathouden gegaan naar écht inzetbaar blijven. Iedereen kijkt nu naar wat er wél kan. Volgens Koopman laat die case zien wat er mogelijk is als organisaties inzetbaarheid echt integraal benaderen. “Cultuurverandering begint niet bij een protocol, maar bij leiderschap, gedrag en dagelijkse gesprekken.”
Geen taakdelegatie
lev arbo werkt bewust niet met taakgedelegeerden. Medische advisering gebeurt uitsluitend door echte (bedrijfs)artsen. “Een bedrijfsarts heeft jarenlang gestudeerd op het snijvlak van gezondheid en werk”, zegt Koopman. “Als je een complexe vraag stelt, wil je ook antwoord van iemand met die expertise.” Volgens haar maakt die keuze het werk bovendien aantrekkelijker voor artsen. “In tegenstelling tot veel arbodiensten heeft lev arbo dan ook geen tekort aan artsen. Veel bedrijfsartsen willen, kunnen én moeten wettelijk breder adviseren dan alleen spreekuren draaien en vinkjes zetten. Ze kunnen organisaties helpen om echt gezonder te worden.”
De arbodienst kiest er daarbij bewust voor om alleen samen te werken met werkgevers die zelf verantwoordelijkheid willen nemen voor inzetbaarheid. “Wij zijn niet de partij die namens de werkgever medewerkers weer aan het werk gaat sturen”, zegt Van der Putte. “Werkgever en medewerker moeten zelf eigenaarschap nemen. Wij adviseren, begeleiden en helpen richting geven.”
Daarom kijkt lev arbo vooraf kritisch naar de vraag of er een inhoudelijke match is. “Zien organisaties arbodienstverlening vooral als verzuimbegeleiding? Of benutten ze ook de bredere adviesrol rondom werkplezier, leiderschap en gezondheid? Dat verschil bepaalt uiteindelijk of een samenwerking succesvol wordt”, licht Van der Putte toe.
Begin eerder
De belangrijkste boodschap aan CHRO’s is volgens Van der Putte dan ook helder: begin eerder en zorg ook dat je een partner hebt die je organisatie en je medewerkers écht kent. Die onderdeel is van je team. “Want dan kun je vroeg signaleren en samen echt werken aan verhoging van het werkplezier. Aandacht aan de voorkant levert altijd iets op. Als je inzetbaarheid onderdeel maakt van je cultuur en leiderschap, volgt lager verzuim uiteindelijk vanzelf.”