Minder zelfstandigen, meer banen

Het totaal aantal banen van werknemers en zelfstandigen is in het tweede kwartaal van 2016 met 38.000 toegenomen. Deze toename komt voor rekening van werknemers, vooral het aantal banen voor uitzendkrachten nam sterk toe. Het aantal zelfstandigen nam juist iets af.

Daarnaast steeg het aantal vacatures met 5.000 en daalde het aantal werklozen met 16.000. De werkloosheid nam af van 6,5 naar 6,3 procent. Dat meldt het Centraal Bureau voor de Statistiek vandaag.

Minder zelfstandigen

Het afgelopen kwartaal steeg het aantal banen van werknemers met 45.000, terwijl het aantal banen van zelfstandigen met 7.000 afnam. Er zijn nu ruim 2 miljoen zelfstandigenbanen, oftewel één op de vijf banen is een zelfstandigenbaan. Het aantal zelfstandigen nam jarenlang toe. Dit kwam vooral vanwege de groei van het aantal zelfstandigen zonder personeel (zzp’ers) dat eigen arbeid aanbiedt.

Vooral meer uitzendkrachten

Het groeiend aantal banen komt vooral voor rekening van uitzendkrachten. Bij uitzendbureaus nam het aantal banen het afgelopen kwartaal toe met 30.000. In een jaar tijd steeg het aantal banen in de uitzendbranche met 10 procent. Ook in de handel en horeca trekt de werkgelegenheid aan. Daarentegen daalde het aantal banen in de zorg het afgelopen kwartaal met 6 duizend. De laatste vier jaar is het aantal banen in de zorg in totaal met ruim 80.000 afgenomen (-5 procent).

In het tweede kwartaal van 2016 waren er gemiddeld 9.976 duizend banen. Er is nu negen kwartalen achtereen sprake van banengroei. Vanaf het eerste kwartaal van 2014 zijn er in totaal bijna 230.000 banen bijgekomen.

Meer gewerkte uren

Werknemers en zelfstandigen werkten in het tweede kwartaal in totaal 3,2 miljard uur. Dat is gecorrigeerd voor seizoensinvloeden ruim 1 procent meer dan een kwartaal eerder. Per baan wordt gemiddeld 25 uur per week gewerkt al heeft een substantiële groep mensen meer dan één baan. De gemiddelde werkende is daarom 28 uur per week aan het werk.

Aantal vacatures stijgt gestaag

Eind juni waren er in Nederland 155.000 openstaande vacatures. Dat is een stijging van 5 duizend ten opzichte van het voorgaande kwartaal. Het aantal vacatures stijgt nu al twaalf kwartalen op rij. In totaal kwamen er in deze periode 64.000 vacatures bij, gemiddeld 5.000 per kwartaal. Het aantal openstaande vacatures is sinds de periode 2006-2008 niet zo hoog geweest. Desondanks is het aantal vacatures nog altijd bijna 100.000 lager dan de recordstand uit 2008.

Per bedrijfstak veranderde het aantal vacatures niet veel tussen eind maart en eind juni. De grootste stijging werd gemeten in de handel (+1.000) en de grootste afname in de bedrijfstak financiële dienstverlening (-400). Ondanks een aantal faillissementen in de handel, loopt het aantal banen en vacatures in deze bedrijfstak toch nog steeds op. Met bijna een vijfde van alle vacatures is de handel de bedrijfstak met de meeste vacatures.

Ten opzichte van het aantal banen van werknemers zijn de meeste vacatures te vinden in de bedrijfstak informatie en communicatie. In deze bedrijfstak zijn er nu 50 openstaande vacatures per duizend banen van werknemers. In het onderwijs zijn er de minste vacatures: 11 per duizend banen.

Het aantal vacatures dat in de loop van een kwartaal ontstaat of vervuld wordt ligt veel hoger dan het gemiddeld aantal openstaande vacatures. Het afgelopen kwartaal ontstonden er 223.000 vacatures en werden er 218.000 vervuld. Ook dit zijn de hoogste aantallen in zeven jaar tijd. Dat het aantal openstaande vacatures sneller stijgt dan het aantal vervulde vacatures, duidt erop dat vacatures langer open staan voordat zij vervuld worden.

Ruime arbeidsmarkt

De arbeidsmarkt blijft ruim al loopt de spanning iets op. Halverwege 2008 waren het aantal vacatures en het aantal werklozen bijna met elkaar in evenwicht. Er was toen sprake van een gespannen arbeidsmarkt. Toen de financiële crisis inzette daalde het aantal vacatures daarna snel, terwijl het aantal werklozen opliep. Eind 2013 waren er uiteindelijk ruim zeven maal zoveel werklozen als vacatures. Sindsdien loopt de verhouding weer langzaam terug. Medio 2016 waren er gemiddeld 3,6 werklozen per openstaande vacature.

Werkloosheid verder gedaald

In het tweede kwartaal van 2016 waren er 16.000 werklozen minder dan in het eerste kwartaal. Het werkloosheidspercentage ging van 6,5 naar 6,3 procent. De afname vond plaats onder werklozen van alle leeftijdsgroepen. Onder jongeren tot 25 jaar daalde de werkloosheid van 11,3 naar 11,1 procent, onder 25- tot 45-jarigen van 4,9 naar 4,7 procent en onder 45-plussers van 6,2 naar 6,0 procent.

Het werkloosheidspercentage onder jongeren is in een jaar tijd nauwelijks veranderd. Voor 25- tot 45-jarigen daalt het aandeel werklozen in de beroepsbevolking al sinds 2014. Voor 45-plussers is de daling in de laatste twee kwartalen ingezet.

Vooral meer flexibele werknemers

Het aantal werknemers (niet gecorrigeerd voor seizoensinvloeden) is het afgelopen jaar toegenomen. Vooral het aantal werknemers in flexibele dienst nam ten opzichte van het tweede kwartaal van 2015 toe, met 72.000. Voor het eerst sinds 2009 is het aantal vaste dienstverbanden ook hoger dan een jaar geleden (+15.000). Omdat het aantal werknemers met een flexibel dienstverband sterker is gestegen dan het aantal werknemers met een vast dienstverband, nam het percentage werknemers met een vast dienstverband nog steeds licht af ten opzichte van een jaar geleden. In het tweede kwartaal van 2015 had van alle werknemers 74,5 procent een vast contract, in het tweede kwartaal van 2016 was dit 73,8 procent.
 
Onbenut arbeidsaanbod

Het aantal werklozen (niet gecorrigeerd voor seizoensinvloeden) kwam in het tweede kwartaal uit op 557.000 personen. Zij hadden geen betaald werk, maar waren wel op zoek naar werk én konden direct starten. Daarnaast waren er nog 475.000 mensen zonder baan die werk zochten, maar die niet direct konden starten óf wel direct konden starten maar niet naar werk zochten. Dit onbenut arbeidsaanbod is vergeleken met een jaar eerder met 83.000 gedaald tot ruim 1 miljoen mensen.

Het aantal mensen dat wel kon starten maar niet op zoek was naar werk, omdat ze hier weinig resultaat van verwachtten (het aantal ‘ontmoedigden’), kwam uit op 113.000. Ook dit aantal is gedaald ten opzichte van een jaar eerder.

Ten slotte zijn er ook personen die wel werken, maar dit graag meer uren zouden willen doen. Het aantal mensen dat dit zou willen en hiervoor ook beschikbaar is, was in het tweede kwartaal 524.000.