Nieuwe cijfers van het CBS: spanning op arbeidsmarkt neemt verder af

De spanning op de arbeidsmarkt nam in het eerste kwartaal van 2026 verder af, brengt het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) naar buiten. Na twee kwartalen daling steeg het aantal banen en het aantal zzp’ers daalt nu vijf kwartalen op rij.

Beeld: CHRO

Het aantal vacatures daalde in het eerste kwartaal met 6000 en het aantal werklozen nam licht toe met 3000. Voor elke honderd werklozen zijn er 91 vacatures. Het aantal banen steeg met 2000. Dat blijkt uit nieuwe cijfers van het CBS.

Aan het einde van het eerste kwartaal stonden er 378 duizend vacatures open. Het aantal vacatures is vrijwel elk kwartaal gedaald sinds het derde kwartaal van 2022. De meeste vacatures zijn in de zorg, handel en de zakelijke dienstverlening. Deze drie bedrijfstakken zijn goed voor ruim de helft van alle openstaande vacatures.

Meer nieuwe vacatures

In de meeste bedrijfstakken zijn ongeveer evenveel vacatures als een kwartaal eerder. In het openbaar bestuur daalde het aantal openstaande vacatures met 2000 naar 22000. Ook in de zakelijke dienstverlening nam het aantal vacatures af met 2000, naar 62000. In de horeca nam het aantal vacatures toe met ruim 1000 toe naar 27000.

In het eerste kwartaal van 2026 ontstonden er 359000 nieuwe vacatures, 4000 meer dan in het laatste kwartaal van 2025. In totaal werden 365000 vacatures vervuld, 9000 meer dan een kwartaal eerder.

De vacaturegraad nam het afgelopen kwartaal licht toe van 40 naar 41. Dit betekent dat er per duizend banen van werknemers 41 vacatures openstonden. De bouw blijft ondanks een lichte daling, van 75 naar 74, de bedrijfstak met de hoogste vacaturegraad. De vacaturegraad in het onderwijs is gelijk gebleven met zestien vacatures per duizend banen en is opnieuw het laagst.

Meer banen

Met een toename van 2000 in het eerste kwartaal kwam het totaal aantal banen op ruim 11,6 miljoen. In de voorgaande twee kwartalen daalde het aantal banen nog. In het openbaar bestuur kwamen er 6000 banen bij, in de informatie en communicatie en ook in de zorg 3000. In de handel, vervoer en horeca nam het aantal banen met 7000 af.

Werknemers en zelfstandigen werkten in het eerste kwartaal in totaal ruim 3,7 miljard uur. Dat is –gecorrigeerd voor seizoensinvloeden– 0,2 procent minder dan het kwartaal ervoor. Het aantal banen van zelfstandigen daalde met 4000 naar bijna 2,4 miljoen en het aantal gewerkte uren met 1,0 procent. Bij werknemers nam het aantal banen toe met 6000 en steeg het aantal gewerkte uren met 0,1 procent naar bijna 3,0 miljard uur.

Meer flexwerknemers, minder zzp’ers

Van de 9,8 miljoen mensen met betaald werk in het eerste kwartaal van 2026 waren er ruim 5,6 miljoen werknemers met een vaste arbeidsrelatie. Dat zijn er 3000 minder dan een kwartaal eerder. Ruim 2,7 miljoen werknemers hebben een flexibele arbeidsrelatie, 17000 meer dan een kwartaal eerder. Het aantal flexwerknemers is vier kwartalen op rij gestegen, het zijn er nu 67000 meer dan een jaar eerder.

In het eerste kwartaal van 2026 hadden bijna 1,5 miljoen mensen een hoofdbaan als zelfstandige. Daarmee waren er 15000 zelfstandigen minder dan een kwartaal eerder. Deze daling komt geheel voor rekening van zelfstandigen zonder personeel (zzp’ers). Het aantal zzp’ers daalt nu vijf kwartalen op rij, het zijn er nu 116000 minder dan in het vierde kwartaal van 2024.

Werkloosheid vrijwel gelijk gebleven

In het eerste kwartaal waren 413000 mensen werkloos, 3000 meer dan een kwartaal eerder. Werklozen zijn mensen die geen betaald werk hebben, maar daar wel recent naar hebben gezocht en op korte termijn beschikbaar zijn.

Het werkloosheidspercentage bleef met 4,0 gelijk. Dit percentage is geleidelijk toegenomen na het tweede kwartaal van 2022, toen 3,3 procent van de beroepsbevolking werkloos was. De werkloosheid nam sindsdien toe in alle leeftijdsgroepen en is het hoogst onder jongeren van 15 tot 25 jaar (9,2 procent).

Het aantal werklozen in het eerste kwartaal van 2026 is het resultaat van stromen tussen de werkzame, de werkloze en de niet-beroepsbevolking. Aan de ene kant steeg de werkloosheid doordat mensen op zoek gingen naar werk maar niet direct een baan vonden (van niet-beroepsbevolking naar werkloos). Deze groep was 30000 groter dan de tegenovergestelde stroom van werkloos naar niet-beroepsbevolking.

Aan de andere kant daalde de werkloosheid doordat meer werklozen werk vonden dan er werkenden werkloos raakten. Hierdoor liep de werkloosheid in het eerste kwartaal terug met 27000. Doordat per saldo de toestroom vanuit de niet-beroepsbevolking met 30000 hoger was dan de uitstroom van werklozen naar werk van 27000 nam het aantal werklozen toe met 3000.

Toename kortdurend werklozen

Het aantal kortdurend werklozen, degenen die korter dan een jaar op zoek zijn naar werk, nam in het eerste kwartaal toe van 337000 naar 348000. Het aantal kortdurend werklozen neemt nu drie kwartalen op rij toe. Het aantal langdurig werklozen is in diezelfde periode nauwelijks veranderd.

Deeltijdwerkers die meer uren willen werken, zitten niet in de werkloosheidscijfers. Het aantal onderbenutte deeltijders nam in het eerste kwartaal van 2026 toe van 539000 naar 559000. Dat is het hoogste aantal in ruim vier jaar. Zij werken in deeltijd, en geven aan meer uren te willen werken en hiervoor ook direct beschikbaar te zijn.

Ook mensen zonder werk die óf niet recent naar werk hebben gezocht (178000) óf die niet direct zouden kunnen beginnen (108000), zijn niet opgenomen in de werkloosheidscijfers. Deze twee laatste groepen worden ook wel semiwerklozen genoemd. Het aantal semiwerklozen is al vier jaar vrijwel onveranderd.

LEES OOK: