Opinie: Veiligheid, soevereiniteit en weerbaarheid moeten ook bij HR hoog op de agenda staan

Elke CHRO moet antwoord hebben op de vraag: zijn onze personeelsdata werkelijk onder onze controle, kunnen we onze mensen blijven bereiken en vooral: betalen, als infrastructuur uitvalt? Deze tijd vraagt ook om weerbare werkgevers, ziet Maarten van Beek.

Beeld: Roy Beusker

We hebben de afgelopen decennia een indrukwekkend efficiënte samenleving gebouwd. Voorraden werden kleiner, processen leaner, systemen geïntegreerd en internationale ketens langer. Technologie kochten we waar zij het beste en goedkoopste beschikbaar was.

Hoe preciezer alles op elkaar aansluit, hoe groter soms de gevolgen wanneer één onderdeel wegvalt

‘Just in time’ won van ‘just in case’ en redundantie werd ongeveer het tegenovergestelde van goed management. Waarom twee systemen onderhouden als één uitstekend systeem voldoende is? Die logica heeft ons enorme welvaart gebracht. Maar ze heeft ook iets anders gedaan: we zijn efficiëntie gaan verwarren met kracht.

Enkele weken geleden woonde ik een voordracht bij van admiraal Rob Bauer, voormalig commandant der strijdkrachten en tot 2025 voorzitter van het Militair Comité van de NAVO. Hij sprak over weerbaarheid in een wereld waarin oorlog, cyberaanvallen en geopolitieke machtsvorming opnieuw harde realiteiten zijn.

Een van zijn observaties bleef bij mij hangen. Door onze voortdurende zoektocht naar efficiëntie hebben we veel buffers uit onze samenleving georganiseerd. Voorraden zijn beperkt, infrastructuren sterk verweven en internationale ketens soms verbazingwekkend lang.

Wanneer elektriciteit, communicatie of logistiek enkele uren uitvalt, kunnen de gevolgen nog dagen of weken voelbaar zijn.

De paradox van efficiëntie

Dat is de paradox van efficiëntie. Hoe preciezer alles op elkaar aansluit, hoe groter soms de gevolgen wanneer één onderdeel wegvalt. We hebben prachtige machines gebouwd, maar nauwelijks ruimte tussen de tandwielen gelaten. Daarom verdient soevereiniteit herwaardering.

Niet als nationalisme, protectionisme of een nostalgisch verlangen om alles weer zelf te produceren. Soevereiniteit is voor mij iets fundamentelers: het vermogen om zelfstandig te kunnen blijven handelen wanneer anderen dat niet meer voor je kunnen, mogen of willen doen. En daar heeft Europa een probleem.

We hebben te weinig nagedacht over het moment waarop economische afhankelijkheid geopolitieke afhankelijkheid wordt

We hebben onze veiligheid decennialang in belangrijke mate op de Verenigde Staten gebouwd, een aanzienlijk deel van onze digitale infrastructuur eveneens bij Amerikaanse ondernemingen ondergebracht en zijn voor belangrijke grondstoffen, batterijen, zonnepanelen en delen van industriële ketens sterk afhankelijk geworden van China.

Europese aanbieders hebben bijvoorbeeld nog maar ongeveer 15 procent van de Europese cloudmarkt in handen; Amazon, Microsoft en Google samen rond de 70 procent. China heeft ondertussen een dominante positie in verschillende ketens rond kritieke grondstoffen en schone technologie.

Waarden en normen medebepalend

Globalisering heeft fantastisch gewerkt. Maar we hebben te weinig nagedacht over het moment waarop economische afhankelijkheid geopolitieke afhankelijkheid wordt. Amerika is een bondgenoot. China is een essentiële handelspartner.

We moeten met beide blijven samenwerken. Maar bondgenootschap is geen argument voor afhankelijkheid en handel is geen excuus voor kwetsbaarheid.

Daar hoort voor mij nog iets bij. Bij het zakendoen mogen Europese en Nederlandse waarden en normen niet bij de grens worden achtergelaten. Economische belangen zijn belangrijk, maar niet waardevrij.

Wie economisch geen alternatief heeft, ontdekt vroeg of laat dat principiële standvastigheid duur kan worden

Of het nu gaat om vrijheid van meningsuiting, de onafhankelijkheid en scheiding van uitvoerende, wetgevende en rechtsprekende macht, de bescherming van minderheden of de rechten van lhbti+’ers, onze waarden zouden mede moeten bepalen met wie we zakendoen, onder welke voorwaarden en welke afhankelijkheden we bereid zijn te accepteren.

Tijdens Amsterdam Pride werd vorige maand opnieuw prachtig zichtbaar hoe wezenlijk de vrijheid is om te kunnen zijn wie je bent en daarvan openlijk uiting te geven.

Sterker Europa

Waarden zijn eenvoudig te verdedigen zolang ze niets kosten. Interessant wordt het wanneer ze consequenties hebben. Een Europa dat voor zijn veiligheid, technologie, energie of grondstoffen volledig afhankelijk is van anderen, verliest uiteindelijk ook een deel van zijn vrijheid om naar zijn eigen waarden te handelen.

Wie economisch geen alternatief heeft, ontdekt vroeg of laat dat principiële standvastigheid duur kan worden.

Daarom moet Europa sterker worden. Niet alleen als markt en regelgever, maar als producent, investeerder en geopolitieke macht. We zijn buitengewoon goed geworden in het reguleren van technologie die elders wordt ontwikkeld.

Dat is belangrijk. Maar uiteindelijk is het sterker wanneer je naast het schrijven van de spelregels ook een paar spelers op het veld hebt staan.

Een volwassen Europa moet zichzelf kunnen verdedigen, zijn energievoorziening kunnen organiseren, essentiële medicijnen kunnen produceren, over strategische industriële capaciteit beschikken en een geloofwaardige eigen digitale infrastructuur hebben.

Niet omdat we geen Amerikaanse of Chinese technologie meer willen gebruiken, maar omdat we de keuze moeten hebben. Want zonder alternatief bestaat geen echte keuze.

Zeggenschap over infrastructuur

De discussie rond DigiD vind ik daarvan een interessant voorbeeld. Ik vind het logisch dat de Nederlandse overheid een stokje stak voor de overname door een Amerikaanse partij van het bedrijf achter cruciale onderdelen van DigiD.

Digitale identiteit is geen willekeurig softwareproduct meer. Miljoenen Nederlanders gebruiken DigiD voor overheid, belastingen, pensioen en zorg. Op dat moment gaat een overname niet uitsluitend over aandeelhouderswaarde, prijs en marktwerking. Het gaat over zeggenschap over infrastructuur waarvan een samenleving afhankelijk is.

Bij betalen speelt iets vergelijkbaars. iDEAL gaat geleidelijk over in het Europese Wero. Daarmee ontstaat een Europese infrastructuur in een betalingswereld waarin niet-Europese spelers een buitengewoon sterke positie hebben. Ook dat is geen protectionisme. Het is volwassen risicomanagement.

Iedere CHRO zou inmiddels moeten weten onder welke jurisdictie de personeelsgegevens van de organisatie vallen

Het probleem is niet Amerika. Het probleem is ook niet China. Het probleem is Europa wanneer het onvoldoende in staat is voor zichzelf te zorgen.

Nederland past uitstekend in zo’n Europa. We zijn een handelsland en moeten dat vooral blijven. Onze welvaart is gebouwd op open grenzen, ondernemerschap en internationale samenwerking. Maar openheid en soevereiniteit zijn geen tegenstellingen.

Integendeel. Wie alternatieven heeft, kan vrij handelen. Wie volledig afhankelijk is van één leverancier, één land of één technologie heeft uiteindelijk weinig te onderhandelen.

Dit is ook een HR-vraag

En precies daar wordt dit ook een HR-vraag. HR beheert misschien wel de gevoeligste informatie die een organisatie bezit: salarissen, beoordelingen, loopbanen, bankgegevens, persoonlijke dossiers en soms medische gegevens.

Toch gaan discussies over HR-technologie meestal over functionaliteit, employee experience, AI en kosten. Allemaal relevant. Maar in 2026 zijn dat simpelweg niet langer voldoende criteria.

Iedere CHRO zou inmiddels moeten weten onder welke jurisdictie de personeelsgegevens van de organisatie vallen. Waar staan onze data en back-ups? Welke buitenlandse wetgeving kan daarop van toepassing zijn? Van welke Amerikaanse, Chinese of andere niet-Europese technologie zijn we afhankelijk?

Kunnen we bij essentiële personeelsinformatie wanneer het primaire systeem uitvalt? Kunnen we onze medewerkers bereiken wanneer Teams, Outlook en het bedrijfsnetwerk niet functioneren? En vooral: kunnen we onze mensen nog betalen?

Als elektriciteit, internet of elektronisch betalingsverkeer enkele dagen niet functioneert, hebben werkgevers dan een alternatief?

De Nederlandsche Bank adviseert huishoudens inmiddels om voor noodsituaties ongeveer €70 per volwassene en €30 per kind aan contant geld achter de hand te hebben, bedoeld voor ongeveer 72 uur noodzakelijke uitgaven.

Dat roept voor werkgevers een ongemakkelijke spiegelvraag op. Als elektriciteit, internet of elektronisch betalingsverkeer enkele dagen niet functioneert, hebben wij dan een alternatief? Kunnen we voorschotten verstrekken? Hebben we essentiële salarisgegevens onafhankelijk beschikbaar?

En hebben we toegang tot cash wanneer dat tijdelijk de enige manier is om medewerkers aan geld te helpen?

Oefen het crisisplan

Het blijft fascinerend dat cash, na jarenlang als een inefficiënt overblijfsel uit de vorige eeuw te zijn behandeld, ineens onderdeel is geworden van een moderne weerbaarheidsstrategie. Maar voor HR mag het niet bij interessante vragen blijven.

Dit onderwerp hoort wat mij betreft nu op de agenda van iedere CHRO. Niet volgend jaar. Niet na de volgende HR-transformatie. En niet pas wanneer IT weer eens een Business Continuity Plan rondstuurt.

Breng de afhankelijkheden in kaart. Vraag leveranciers waar data staan, onder welke wetgeving zij vallen en welke derde partijen zij gebruiken. Test of payroll en essentiële HR-processen zonder het primaire systeem kunnen functioneren. Zorg voor alternatieve communicatiekanalen.

Samenwerking vanuit afhankelijkheid is iets anders dan samenwerking vanuit kracht

Bespreek met Finance hoe medewerkers financieel geholpen kunnen worden wanneer normaal betalingsverkeer niet beschikbaar is. En oefen het daadwerkelijk.

Want een crisisplan dat nooit geoefend is, is geen plan. Het is een document met ambitie. Waarschijnlijk opgeslagen in de cloud. Daarmee verandert ook onze definitie van goed werkgeverschap. We spreken terecht over wellbeing, inclusion, engagement, psychological safety en employee experience.

Maar daaronder ligt een veel fundamentelere verantwoordelijkheid: ervoor zorgen dat mensen erop kunnen vertrouwen dat hun werkgever blijft functioneren wanneer de omgeving dat tijdelijk niet doet.

Duurzaamheid past hierbij

Ook duurzaamheid past verrassend goed in dit verhaal. Zonnepanelen gecombineerd met batterijopslag, lokale energieopwekking, circulaire grondstoffenstromen en decentrale infrastructuur kunnen zowel onze ecologische voetafdruk als onze strategische afhankelijkheden verkleinen.

De energietransitie is daarmee niet alleen een klimaatvraagstuk. Zij is ook een vraagstuk van weerbaarheid en Europese autonomie.

Misschien moeten we daarom na decennia van optimaliseren een paar ouderwetse woorden rehabiliteren: voorraad, reserve, redundantie en alternatief. En er een moderner woord aan toevoegen: soevereiniteit. Niet om muren rond Europa te bouwen. Niet om Amerika op afstand te zetten of de handel met China af te bouwen.

Maar om sterk genoeg te zijn om met beide samen te werken zonder van een van beide afhankelijk te zijn. Want samenwerking vanuit afhankelijkheid is iets anders dan samenwerking vanuit kracht.

HR moet ophouden dit uitsluitend als een onderwerp voor IT, Risk of Security te beschouwen

Europa moet open blijven. Maar Europa moet vooral weer sterk genoeg worden om zelf te kunnen kiezen. En HR moet ophouden dit uitsluitend als een onderwerp voor IT, Risk of Security te beschouwen.

De veiligheid van onze personeelsdata, het kunnen bereiken van onze mensen en het vermogen om hen onder alle omstandigheden te blijven betalen, behoren tot de kern van goed werkgeverschap.

Iedere CHRO zou morgen antwoord moeten kunnen geven op drie vragen: zijn onze personeelsdata werkelijk veilig en onder onze controle, kunnen we onze mensen bereiken als onze normale infrastructuur uitvalt, en kunnen we ze blijven betalen?

Wie het antwoord niet weet, heeft geen beleidsvraagstuk. Die heeft werk te doen.

LEES OOK:

Wekelijks ook de CHRO-nieuwsbrief ontvangen? 7000 HR-leiders gingen u voor!